‘We mogen weer!’

‘We mogen weer!’ Voorafgaand aan de match tussen Feyenoord en De Graafschap was dat mijn gevoel. Na weken – voor mijn gevoel maanden – eindelijk weer eens naar de door ons zo geliefde Kuip.

In de auto werden menig Hertogen Jan gedegradeerd tot Soldaat Jan en zat de stemming er goed in. De barre tocht naar het stadion werd al grappend afgelegd. De Graafschap-thuis. Wat kan er gebeuren?

Nadat het eerste laffe Amstel-biertje achter de kiezen was, werden verspreid over de gehele voetbaltempel (zelfs in het Doetinchemse vak, waarvoor niets dan respect) duizenden sterretjes ontstoken. Metersdik kippenvel ontstond er bij de minuut voor Coen Moulijn. Het was een waardig afscheid. Alweer.

Toen het rookgordijn was opgetrokken uit De Kuip, kwam de bal tot rollen. Tim de Cler en vooral Stefan de Vrij speelden een wereldpartij, waarin Feyenoord handenvol kansen kreeg om de wedstrijd in Rotterdams voordeel te beslissen. Ging Feyenoord met vier of vijf doelpunten tegen nul de slotfase in, kon niemand daar wat op aan merken.

Het was echter Karim el Ahmadi die met een kansloze schwalbe indirect de onverdiende 0-1 inleidde. Ene Leon Broekhof dompelde De Kuip in rouw. Frustraties, maandenlang opgebouwde frustraties kwamen naar buiten. Leuzen dat de spelers zich kapot moeten schamen en het shirt niet waard zijn, maar ook het (h)eerlijk Rotterdams, cynische ‘Wij worden kampioen’ daalden neer van de tribunes.

Het verstomde allemaal toen jongeling Stefan de Vrij als eerste de ballen toonde om richting ons, de veertigduizend man die tweewekelijks toch weer op komen draven, te stappen. Ontroostbaar, zijn gezicht verstopt in een rood en wit shirt en overduidelijk compleet uit het veld geslagen, maar hij stond er wel. Stefan de Vrij toonde tijdens én na de wedstrijd zijn mannelijkheid.

Om mij heen zag ik volwassen mannen in tranen uitbarsten. Onderweg naar huis heb ik geen woord uit kunnen brengen. Door alle woede, door al het ongeloof, door alle pijn en door al het verdriet. Bij terugkomst in Barneveld heb ik de plaatselijke kroegen links laten liggen, zondag heb ik enkel treurig in bed gelegen.

Maar ondanks dat deze pot tegen De Graafschap me mentaal heeft gebroken, kan ik nu al voorspellen wat mijn gedachten op 12 februari zijn. ‘We mogen weer!’