Ik ben dichtbij

“Klerelijers. Ze doen ook alles om te kunnen verkopen”, hoor ik na het derde telefoontje dat ze pleegt. ‘Ze’ is een leuk, ouder vrouwtje uit Schiedam compleet met knalrode make-up, alternatieve kleding en haar waar je (als je het echt zou willen) je billen mee af kunt vegen.

Igenia is wat ik hoor als zij zich voor de vierde keer voorstelt aan de telefoon. Het Leder- en Schoenenmuseum uit Moosdrecht heeft ze deze keer aan de telefoon gekregen. Alweer hetzelfde verhaal. Mevrouw is opzoek naar een specifieke naald voor haar oude schoenmakersnaaimachine (een Durkopp Adler 181 van voor 1943, heb ik me laten vertellen).

Voor de zoveelste keer wordt Igenia doorgestuurd naar een ander adres. Iets in Waalwijk hoor ik haar tegen haarzelf zeggen. Want dat is wat Igenia graag doet; tegen haarzelf praten na het afsluiten van een telefoongesprek. Het gesprek nog eens samenvatten voor ons, omdat wij alleen haar, in Rijnmond gevormde, stemgeluid kunnen waarnemen.

Ik moest eigenlijk constant lachen om haar conversaties. Ik was meerdere malen aan het grinniken wanneer ze opnieuw tegen haarzelf begon te praten nadat ze ophing. Maar toen dit tafereel zich herhaalde na het belletje naar Waalwijk, sloeg het om. Igenia sloeg een hoge kreet uit, gevolgd door een ‘YES!’ en een grote glimlach. “Ik ben dichtbij”, deelde ze aan ons mee.

In Waalwijk kon zij naar het schijnt een ander exemplaar komen bezichtigen. Ze mag de handleiding komen doorspitten en eventueel een nieuw bovenstel en rolletje garen halen. “Ik ben dichtbij”, riep Igenia nog eens. Het leedvermaak of misschien wel medelijden veranderde plots.

Het veranderde in een stukje herkenning. Mijn gedachten schoten terug naar april jongstleden. Ik zie mijzelf weer staan. ‘s Morgens vroeg in de Primera te Achterveld. Een vers gedraaide en zeer gewilde kaart voor de (toen nog enkelvoudige) finale tussen Feyenoord en Ajax. Een vreugdesprong, een knuffel met het kassameisje en even zoveel zichtbare blijdschap bij mijn broer. “We zijn dichtbij”, riepen we in koor.

Ik glimlachte mee met Igenia. Nooit gunde ik het iemand meer het laatste onderdeel van een authentieke Durkopp te bemachtigen. Of er op z’n minst zo dichtbij te zijn.