,,Dan heeft de aap bij je gelogeerd.”

Sinds jaar en dag volg ik alles wat te maken heeft met voetbal. Op het gebied van het mooiste spelletje ter wereld mag ik mijzelf dan ook een wandelend feitenvat noemen. Inmiddels heb ik een jaar of drie het voorrecht dicht op het vuur te staan.

Voor de centen sta ik op zaterdag langs de lijn met een notitieblok. Het vak van journalist zorgt voor openingen. Sta ik plots oog in oog met voormalig wereldtoppers als Dick Schreuder en z’n broertje Alfred. Een wedstrijdje kijken, het een en het ander noteren en na afloop een woordje doen met de trainer van de plaatselijke vierde- dan wel eersteklasser. Iets mooiers bestaat er naar mijn bescheiden mening niet.

Het liefhebbergehalte is voor mij dan ook deels veranderd. Tegenwoordig kijk ik verder, probeer ik me te verplaatsen in de trainer. ‘Waar is het fout gegaan?’, ‘Hoe kan zo’n topprestatie plots plaatsvinden?’, et cetera, et cetera. Dolgraag was ik dan ook werkzaam geweest voor het Algemeen Dagblad op een zekere zondag in oktober vorig jaar.

Feyenoord kreeg in Eindhoven ongenadig hard op de broek in Eindhoven. (Kleine kanttekening: als Feyenoorder in hart en in nieren schiet me de uitslag even niet te binnen. Hoe kan dat dan?) Verslaggevers vanuit heel het land vingen toenmalig Feyenoord-trainer Mario Been na afloop op. Een mooier moment voor kritische vragen en analyses krijg je niet. Toch? Het volledige journalistencorps kwam echter niet verder dan ‘Ben je teleurgesteld, Mario?’

Een mooier moment bestaat er blijkbaar wel. Vorige week las ik op de website van De Telegraaf een artikel over vrouwenvoetbal. Het dameselftal van Drechtstreek (Papendrecht) ging met 37-0 de boot in tegen de elf vrouwmensen van Oud Alblas.

Eenmalig had ik met liefde, pure liefde, afstand gedaan van mijn honorarium. Gewoon om de trainster, het watermeisje of de aanvoerster van het Papendrechtse elftal aan de tand te mogen voelen. De Telegraaf sprak met speelster Kelly Sieses. Ik zie mijzelf al in de plaats staan van ‘onze correspondent’.

,,Tja, Kelly. Waar ging het fout’’, zou mijn eerste vraag zijn. Niet wetend wat de status van de oerlelijke midvoor zou zijn. Even het ijs breken. ,,Onze insteek was om ver vooruit te verdedigen. Als je dan na een halve minuut spelen direct ziet hoe hunnie die bal erin schieten, wordt het lastig. Dan gaan de koppies hangen en heeft de aap bij je gelogeerd. Ik blijf erbij dat het een compleet andere wedstrijd was geweest, als die treffer langer uitbleef.’’

Begripvol als ik ben, zou ik wat knikken met het hoofd. Proberend niet in de lach te schieten, luister ik verder. ,,Nu gingen wij geforceerd op zoek naar de gelijkmaker en sla je hard met je neus op hun deksel. Dat het uiteindelijk 37-0 wordt, vind ik geflankeerd. Nee, geflatteerd bedoelde ik inderdaad.’’

Ik schud de hand van Kelly, grinnik en wens haar oprecht sterkte. ’s Avonds kruip ik achter de tikmachine. Al haar quotes (,,Niet iedereen ging vrijuit. Dan moet je ook gewoon paard, rijtuig en kenteken noemen.”) gaan letterlijk naar mijn sportchef. Niet alleen lever ik een subliem artikel in, ook wordt het allemaal nogmaals pijnlijk duidelijk.

Voetbal is een mannensport. De Telegraaf heeft in dezen een schot voor open doel gemist. Of sprong naast de boot, zoals Kelly zou zeggen.