Weer zo’n zaterdag

Bas is een oer-Hollandse jongen van een jaartje of acht. Gemiddelde lengte en blond krullend haar. Bas woont in het godvergeten Terschuur. Maar daar kan-ie ook niks aan doen.

Zoals al zijn vriendjes zit Bas op voetbal. Bas kan er eerlijk gezegd geen ene kloten van. Hij maakt deel uit van Terschuurse Boys F8. Dit jaar draait de F8 een goed seizoen. Veel wedstrijden worden gewonnen en het kampioenschap kan zaterdag behaald worden. “Weer zo’n zaterdag” verder lezen

,,Dan heeft de aap bij je gelogeerd.”

Sinds jaar en dag volg ik alles wat te maken heeft met voetbal. Op het gebied van het mooiste spelletje ter wereld mag ik mijzelf dan ook een wandelend feitenvat noemen. Inmiddels heb ik een jaar of drie het voorrecht dicht op het vuur te staan.

Voor de centen sta ik op zaterdag langs de lijn met een notitieblok. Het vak van journalist zorgt voor openingen. Sta ik plots oog in oog met voormalig wereldtoppers als Dick Schreuder en z’n broertje Alfred. Een wedstrijdje kijken, het een en het ander noteren en na afloop een woordje doen met de trainer van de plaatselijke vierde- dan wel eersteklasser. Iets mooiers bestaat er naar mijn bescheiden mening niet. “,,Dan heeft de aap bij je gelogeerd.”” verder lezen

‘We mogen weer!’

‘We mogen weer!’ Voorafgaand aan de match tussen Feyenoord en De Graafschap was dat mijn gevoel. Na weken – voor mijn gevoel maanden – eindelijk weer eens naar de door ons zo geliefde Kuip.

In de auto werden menig Hertogen Jan gedegradeerd tot Soldaat Jan en zat de stemming er goed in. De barre tocht naar het stadion werd al grappend afgelegd. De Graafschap-thuis. Wat kan er gebeuren? “‘We mogen weer!’” verder lezen

De eerste keer

Toen ik nog een kleine Ennie was, had mijn moeder haar handen al aan mij vol. Op feestjes trapte ik salontafels over midden, in supermarkten brak ik de stellingen af en op school knoopte ik veters van anderen aan elkaar en stak de fik erin. Jarenlang leek er geen redden aan.

Toch had ook mijn mini-versie één positief punt “De eerste keer” verder lezen

Ik ben dichtbij

“Klerelijers. Ze doen ook alles om te kunnen verkopen”, hoor ik na het derde telefoontje dat ze pleegt. ‘Ze’ is een leuk, ouder vrouwtje uit Schiedam compleet met knalrode make-up, alternatieve kleding en haar waar je (als je het echt zou willen) je billen mee af kunt vegen.

Igenia is wat ik hoor als zij zich voor de vierde keer voorstelt aan de telefoon. Het Leder- en Schoenenmuseum uit Moosdrecht heeft ze deze keer aan de telefoon gekregen. Alweer hetzelfde verhaal. Mevrouw is opzoek naar een specifieke naald voor haar oude schoenmakersnaaimachine (een Durkopp Adler 181 van voor 1943, heb ik me laten vertellen). “Ik ben dichtbij” verder lezen

Klassieke opening van de winter

Helaas. Ook voor mij is de winter nu officieel begonnen. Waar anderen criteria hanteren als ‘de eerste sneeuwvlok’, je eigen adem letterlijk in rook zien opgaan of gewoon de datum 22 december, houd ik er een heel ander criterium op na: de eerste val.

Laat ik het even verduidelijken. Voor mij is de winter pas de winter als ik een fietser of voetganger ongenadig hard op zijn of haar plaat heb zien gaan. Daarbij dient de sneeuw een handje mee te helpen. Gewoon, voor het effect. Zaterdagavond was het dan eindelijk zo ver. “Klassieke opening van de winter” verder lezen

Het zijn de kleine dingen…

De trein komt tot stilstand op de brug voor station Amersfoort. Als gebruikelijk, dus ik kijk er niet van op. Na twee minuten begint mijn geduld toch enigszins weg te ebben, aangezien mijn overstap naar Zwolle meer en meer in gevaar komt. Een verklaring komt er niet.

Na vijf minuten dringt een zware, waarschijnlijk door shag dan wel sigaren gevormde, mannenstem de coupé binnen. Iets met een kapot treinstel op het station, waardoor wij niet verder kunnen, wordt er gebromd. “Het zijn de kleine dingen…” verder lezen

Just another day in Amersfoort

Ik loop de Apple Store in Amersfoort uit. De eerste zwerver komt mij tegemoet. Of ik wat voor hem over heb, want hij heeft écht te weinig. Ik antwoord niet en loop stug door, m’n trein wacht niet. Een volgende zwerver, gewapend met slechts één tand, spreekt me aan. Of ik wat voor hem over heb, want hij heeft écht te weinig. Ik antwoord niet en loop stug door, m’n trein wacht niet. “Just another day in Amersfoort” verder lezen